Stemmen horen begrijpelijk maken
Praktijkervaringen
met stemmenhoorders

De Maastrichtse benadering, toegepast in de huisartsenpraktijk.
In 2011 werkte ik grotendeels als SPV bij een grote GGZ-organisatie en tevens als POH-GGZ. In de huisartsenpraktijk kreeg ik contact met een 41-jarige Turkse vrouw. Zij kwam sinds anderhalf jaar bij mijn voorganger in de huisartsenpraktijk vanwege depressieve klachten. Daarnaast bleek zij stemmen te horen. In deze casus zag ik een mooie kans de Maastrichtse benadering te praktiseren.
De Turkse vrouw spreekt zeer gebrekkig Nederlands. Zij is somber en gebruikt sinds anderhalf jaar antidepressiva, vooralsnog zonder beoogd resultaat. Na twee gesprekken met haar, heb ik vanwege het taalprobleem nog geen idee wat haar klachten zijn. Ik vraag me af wat haar bezig houdt en wat ik voor haar kan doen. De volgende gesprekken verlopen uitsluitend via de tolkentelefoon.
In de voorafgaande periode had een collega mij gevraagd, of ik een keer een kennisuitwisseling voor het wijkteam wilde verzorgen, hoe om te gaan met stemmen. In voorbereiding hierop, meende ik eerst nog een boek hierover te moeten lezen, om zo over meer theoretische kennis te beschikken. Zo kwam ik het boek van Gail Hornstein tegen: ‘Stemmen in je hoofd’. Tijdens het lezen ervoer ik schaamte: ‘Hoe kan het dat ik dit niet weet? Ik werk al ruim 25 jaar in de psychiatrie en ben deze informatie niet eerder tegen gekomen.’
Ervaringsverhaal van stemmenhoorster en hulpverlener middels verbindende gespreksvoering.
Aanmeldreden:
Huisarts schrijft: mevrouw maakt een angstige indruk, komt verward over. Ze denkt dat mensen haar begluren. Het ene moment praat ze normaal, het andere moment huilt ze. Het is onduidelijk of betrokkene hallucineert. Zij is misbruikt in haar jeugd. Zij heeft geen kinderen, geen contacten. Huisarts schrijft de laatste 8 jaar geen contact te hebben gehad met betrokkene. Hij verzoekt het ambulante team Ouderen van de GGZ mevrouw te bezoeken voor diagnostiek en begeleidend contact
Hetero anamnese via de huisarts:
De buurman heeft de huisarts verteld dat hij al jaren naast mevrouw woont en dat zij in die periode met enige regelmaat perioden van verhoogde verwardheid heeft gehad. Volgens hem wisselt haar toestand: het gaat afwisselend beter en slechter.
Hij doet regelmatig boodschappen voor haar en zij bezoeken elkaar af en toe.
De afgelopen twee weken is het contact echter bekoeld, nadat mevrouw de buurman heeft beschuldigd. De buurman is hierdoor erg aangedaan. Hij geeft aan dat mevrouw momenteel duidelijk achterdochtiger en verwarder is dan hij in voorgaande jaren van haar heeft meegemaakt.
Ervaringsverhaal Fatima, leren omgaan met stemmen
Fatima hoort stemmen van kinderlijke Djinns
Fatima is een 27-jarige moslima. Zij is gescheiden en heeft vier kinderen. Momenteel woont zij bij haar moeder. Fatima heeft last van imperatieve hallucinaties en neemt sinds enkele maanden deel aan de stemmenhoordersgroep.
Fatima vertelt dat zij stemmen hoort van ongeveer tien kinderlijke djinns (onzichtbaar, bovennatuurlijk wezen uit de islamitische traditie). De stemmen maken regelmatig vervelende en soms dwingende opmerkingen tegen haar, zoals: ‘Spring dan, spring dan.’ Fatima reageert hierop door tegen de stemmen te schelden en hen weg te sturen. Haar ex-man, die imam is, heeft haar ooit verteld dat de stemmen van kinderlijke Djinns afkomstig zouden zijn.
Een andere benadering
Halverwege december heb ik in de groep met Fatima besproken hoe zij met kinderlijke djinns zou kunnen omgaan. Ik maakte daarbij de vergelijking met een kleuterjuf die een groep van tien onrustige kinderen in haar klas heeft. Wanneer kinderen voortdurend negatieve aandacht vragen, stuur je ze immers niet zomaar weg. Je probeert contact te maken en hen op een positieve manier aandacht te geven.
Ik zei tegen Fatima:
‘Je hebt zelf kinderen. Kinderen hebben toch liefde en aandacht nodig? Je kunt ze uitnodigen om bij je te komen. Misschien kun je samen iets gezelligs doen, een liedje zingen of een spelletje spelen. Heb ze gewoon lief. Kinderen hebben vooral positieve aandacht en liefde nodig.’
Terwijl ik dit in de groep vertelde, reageerden de stemmen van Fatima met: ‘Dit lijkt ons wel wat.’
Twee weken later vertelde Fatima zichtbaar blij dat zij inmiddels ook positieve stemmen hoorde. Dit was een belangrijke verandering in haar beleving van de stemmen.
Mijn stemmen en mijn levensverhaal
De visie dat stemmen kunnen voortkomen uit een ingrijpende levensgebeurtenis, spreekt mij erg aan. Ik weet nog goed dat ik acht jaar oud was en mijn zusje een jaar jonger. Onze moeder vertelde ons dat papa en mama uit elkaar gingen, omdat ze niet meer van elkaar hielden.
We waren allebei verdrietig en zochten steun bij onze ouders. Mijn zusje kreeg die steun, maar tegen mij werd gezegd dat ik groot en sterk moest zijn voor mijn zusje. Wanneer mijn zusje erbij was, liet ik mijn verdriet niet meer zien. Ik hield me groot en sterk en steunde haar.
Ik nam die taak heel serieus. Een paar dagen later trof ik mijn vader ’s nachts huilend op de bank aan. Zelf was ik verdrietig naar beneden gekomen, maar toen ik zag dat mijn vader huilde, trok ik de conclusie dat ik ook voor hem groot en sterk moest zijn. Ik ging hem troosten.
Met mijn moeder was het een heel ander verhaal. Het leek alsof wij van verschillende planeten kwamen. Nadat mijn ouders uit elkaar waren gegaan, leek dit alleen maar erger te worden. Ik kon bij haar niet terecht met mijn verdriet. Daar was geen ruimte voor.
Zo leerde ik niet om met mijn eigen emoties om te gaan. Tegelijkertijd nam ik steeds meer afstand van mijn ouders en mijn zusje. We communiceerden nauwelijks nog en ik voelde me niet veilig. Ondanks alles bleef mijn loyaliteitsgevoel naar mijn gezin groot. Ik bleef bij hen wonen, ook na pogingen van Jeugdzorg om mij uit huis te plaatsen.
Er werd vaak gezegd dat mensen zich geen zorgen om mij hoefden te maken, omdat ik zo’n lieve, vrolijke en sterke meid was. Ik zou er wel komen. Ik was er immers altijd voor anderen.
Misbruik en pesten
Stemmen naar aanleiding van een vechtscheiding.
Ontwikkelen 'van niet-wetende houding'
Vechtscheiding
Wat kan iemand die stemmen hoort beginnen tegen de overtuiging van een hulpverlener dat ‘stemmen horen’ een product van de hersenen is en daarom met antipsychotica bestreden moet worden? Hoewel daar geen eenduidig wetenschappelijk bewijs voor bestaat, kunnen hulpverleners toch sterk overtuigd zijn van hun eigen gelijk.
Of iemand nu stemmen hoort die hij of zij toeschrijft aan een entiteit, aan God of aan een djinn: binnen zo’n denkkader wordt al snel aangenomen dat er sprake moet zijn van een vorm van schizofrenie.
Zeker wanneer de emoties te hoog oplopen, kunnen antipsychotica helpen om die emoties wat te dempen. Maar te weinig emoties voelen is uiteindelijk net zo min helpend als het ervaren van te veel vervelende emoties. Antipsychotica leren mensen die stemmen horen bovendien niet om op een goede manier met hun emoties om te gaan. Niet zelden komen zij daardoor onbedoeld terecht in een chronisch circuit. Dat is spijtig.
De ‘niet-wetende houding’
Ik hoop dat er een tijd komt waarin hulpverleners niet langer vastzitten in de gedachte dat wat zij vanuit hun eigen achtergrond hebben bedacht, per definitie waar is. Sinds ik de Maastrichtse benadering beoefen, heb ik geleerd dat we eigenlijk helemaal niet zoveel weten. In de afgelopen vijftig jaar is er geen eenduidig biomedisch bewijs geleverd voor een lichamelijke oorzaak van schizofrenie, laat staan dat daarmee is aangetoond dat schizofrenie een valide diagnose is.
Stemmen zien als hulpbronnen.
Moeder is wanhopig op zoek naar hulp voor haar dochter.
Een moeder was wanhopig op zoek naar hulp omdat haar dochter stemmen hoorde die haar aanzette om zichzelf te suïcideren, te beschadigen of te vluchten. De psychiater van Triversum wilde met mij samenwerken en de psychotherapeute wilde bij de gesprekken aanwezig zijn.
Het betreft een 17-jarig meisje, hier genoemd Sofie, die 3,5 maand op een gesloten jeugdafdeling verbleef. Zij hoorde stemmen en had diverse behandelingen gehad, waaronder cognitieve gedragstherapie. Omdat deze geen effect hadden, de stemmen niet minder werden, werd er een second opinion bij het AMC en later bij de Stemmenpoli in Utrecht aangevraagd. Behalve een medicatieadvies waardoor Sofie gedrogeerd over de afdeling liep, kreeg Sofie te horen dat ze verder niet veel voor haar konden doen. De behandeling op deze jeugdafdeling waar zij verbleef, was vast gelopen.
Deze jonge dame hebben we middels de Maastrichtse benadering in 8 gesprekken behandeld, met als gevolg dat Sofie geen stemmen meer hoorde.

