top of page

Stemmen naar aanleiding van een vechtscheiding.

Ontwikkelen 'van niet-wetende houding'

Wat kan iemand die stemmen hoort beginnen tegen de overtuiging van een hulpverlener dat ‘stemmen horen’ een product van de hersenen is en daarom met antipsychotica bestreden moet worden? Hoewel daar geen eenduidig wetenschappelijk bewijs voor bestaat, kunnen hulpverleners toch sterk overtuigd zijn van hun eigen gelijk.

Of iemand nu stemmen hoort die hij of zij toeschrijft aan een entiteit, aan God of aan een djinn: binnen zo’n denkkader wordt al snel aangenomen dat er sprake moet zijn van een vorm van schizofrenie.

Zeker wanneer de emoties te hoog oplopen, kunnen antipsychotica helpen om die emoties wat te dempen. Maar te weinig emoties voelen is uiteindelijk net zo min helpend als het ervaren van te veel vervelende emoties. Antipsychotica leren mensen die stemmen horen bovendien niet om op een goede manier met hun emoties om te gaan. Niet zelden komen zij daardoor onbedoeld terecht in een chronisch circuit. Dat is spijtig.

 

De ‘niet-wetende houding’
 

Ik hoop dat er een tijd komt waarin hulpverleners niet langer vastzitten in de gedachte dat wat zij vanuit hun eigen achtergrond hebben bedacht, per definitie waar is. Sinds ik de Maastrichtse benadering beoefen, heb ik geleerd dat we eigenlijk helemaal niet zoveel weten. In de afgelopen vijftig jaar is er geen eenduidig biomedisch bewijs geleverd voor een lichamelijke oorzaak van schizofrenie, laat staan dat daarmee is aangetoond dat schizofrenie een valide diagnose is.

Wat is er dan op tegen om aan te sluiten bij de betekenis die iemand zelf aan zijn of haar stemmen geeft? ‘Oké, jij hoort de stem van je overleden vader. Ik weet dat het kan en dat er meer mensen zijn die hier gevoelig voor zijn. Ik hoor hem niet, maar vertel er eens wat over.’

De GGZ lijkt gevangen te zitten in een dogma van evidence-based werken, terwijl dat begrip minder zegt dan het op het eerste gezicht lijkt. Alleen datgene wat onderzocht is, zou door specialisten in de GGZ mogen worden toegepast. Maar wie heeft bedacht dat dit de juiste weg is? Hoe kan iets nieuws ooit evidence-based worden? Dat iets evidence-based is, betekent immers alleen dat het is onderzocht. Ik vrees dat de huidige nadruk op het uitsluitend toepassen van evidence-based therapieën uiteindelijk funest kan zijn voor de psychiatrie.

Het toepassen van de Maastrichtse benadering vraagt van de hulpverlener dat hij of zij een ‘niet-wetende houding’ ontwikkelt: ruimte geeft, zonder oordeel luistert en werkelijk nieuwsgierig is naar wat de stemmenhoorder zelf over zijn of haar stemmen te vertellen heeft.
Juist die open houding kan meer opleveren dan het keurslijf van evidence-based specialismen doet vermoeden.

Op de MP3
 

Gisteren op de motor richting Utrecht om het rapport en de opgestelde persoonlijke diagnose met de 33-jarige stemmenhoorder door te spreken. Hij vindt ‘t deze keer goed dat zijn moeder en oudere halfzus erbij zijn.
 

De familie was 2 maanden terug wanhopig. Zij zijn via Stichting Weerklank bij mij terecht gekomen. De stemmenhoorder heeft onder invloed van zijn stemmen, zijn broer aangevallen. De familie wil niet dat hij opgenomen wordt en opnieuw een traumatische ervaring opdoet.
 

De eerste 2 gesprekken hebben we gebruikt om kennis te maken, uitleg over de benadering te delen en om het Maastrichtse interview af te nemen. Wij hebben de stemmen in kaart gebracht. Vragen over de aard en karakteristieken van de stemmen, de identiteit, de geschiedenis van de stemmen, de triggers, zijn relatie met de stemmen, de invloed die de stemmen op zijn leven hebben en hoe hij met de stemmen omgaat. Het komt allemaal aan de orde.
 

Wat opvalt is dat de stemmenhoorder de stemmen ‘t liefst negeert, uit de weg gaat. Hij vertelt dat hoewel zijn ouders in die tijd zijn gescheiden, hij een goede jeugd heeft gehad. Dit klinkt in mijn oren wat tegenstrijdig. Ik heb hem uitgelegd dat als je stemmen uit de weg gaat door de stemmen te negeren of emoties gaat verdoven met cannabis of antipsychotica, je niet leert hoe je kan omgaan met je stemmen of je emoties. Ik heb enkele brochures ‘Stemmen horen, hoe hier mee om te gaan’ van Stichting Weerklank achtergelaten, ook voor de familieleden om te lezen.

 

Basis GGZ? Voor wat?
 

In de eerste 2 gesprekken heb ik hem gevraagd de daaropvolgende 2 weken goed te luisteren naar de stemmen; elke dag 1-2 kwartiertjes alles op te schrijven wat de stemmen zeggen. Ik heb hem uitgelegd dat ook al zijn de stemmen negatief, de stemmen altijd goede bedoelingen hebben. Stemmen praten vaak in metaforen, droomtaal, die niet altijd goed begrepen wordt. Door te luisteren naar de stemmen, eventueel vragen te stellen, ga je ze uiteindelijk beter begrijpen.
 

17 jaar heeft hij nu last van negatieve stemmen. 4 jaar opname, 13 jaar ambulante behandeling. Hij krijgt inmiddels 8 jaar een depot met antipsychotica. Hij ziet er hierdoor gedrogeerd uit. Kijkt vermoeid, heeft bewegingsdrang en er is een toename van prolactine. Hij geeft aan dat hij wat sneller geïrriteerd is door deze medicatie.
 

De GGZ weet niet goed wat ze met hem aan moeten. Zij overwegen deze man naar de basis GGZ te verwijzen. Voor wat?

Moeder en zus gaven heldere informatie over wat in die 10 jaar gebeurd is, voordat hij stemmen ging horen. Het plaatje is rond. Geen fijne jeugd. Na de vechtscheiding van zijn ouders bleef een verscheurd gezin achter.

Beter begrijpen = meer kunnen doen

Elke keer weer verbaas ik mij erover hoe de puzzel er na een interview uit komt te zien. Het wordt dan voor iedereen veel beter begrijpelijk voor wie of wat de stemmen staan en waarom iemand stemmen is gaan horen. En vooral: wat je vervolgens kunt gaan doen.
 

Het gaat altijd over emoties, en zeker ook over het feit dat mensen vóór of na een trauma niet hebben geleerd om met hun emoties om te gaan. Stemmen zijn er altijd met een bedoeling en zijn vaak behulpzaam. Ze attenderen de stemmenhoorder er bijvoorbeeld op om beter voor zichzelf te zorgen.

Ik kan mij voorstellen dat je in een periode waarin emoties overweldigend zijn, deze wat wilt dempen. Maar meer medicatie is niet altijd beter. Stemmen uitsluitend bestrijden met antipsychotica heeft volgens mij, na dertig jaar ervaring in de GGZ, geen toegevoegde waarde.
 

De moeder en halfzus van mijn cliënt gaan de komende twee weken samen met hem de periode rond de scheiding op papier zetten: hoe die tijd voor hem was en wat er toen is gebeurd. Ik hoop dat zijn casemanager de volgende keer bij het gesprek aanwezig kan zijn. Als ook deze hulpverlener en zijn team het stemmen horen beter gaan begrijpen, kunnen zij zoveel meer voor deze man betekenen.

 

Vervolggesprek 3 weken later:
 

Net weer teruggekomen van een ritje Utrecht. Ik heb daar vandaag een vervolggesprek gehad met de stemmenhoorder, zijn moeder en zijn halfzus. Hij geeft aan dat het redelijk gaat. De stemmen zijn rustiger geworden. Zijn moeder beaamt dit. Twee weken terug hebben wij het rapport doorgesproken, waarna wij de persoonlijke diagnose hebben geformuleerd. Die heb ik hen vorige week per mail toegezonden.

Ik vraag of hij zijn casemanager bij het Fact team geïnformeerd heeft over mijn bemoeienis en over dat wij bezig zijn om hem met zijn stemmen en met zijn emoties te leren om gaan.

Hij vertelt dat hij dit niet heeft gedaan. Hij zegt er niet aan toe te zijn gekomen. Zijn moeder vult aan dat haar zoon een gesprek met zijn hulpverlener een kwartier voor aanvang heeft afgebeld omdat hij zich niet lekker voelde.

 

De casemanager bellen

Ik stel voor dat ik zijn casemanager bel om hem te informeren en uit te nodigen er een volgende keer bij te zijn. Ik benoem erbij dat ik graag open en transparant werk. Ik voel weerstand. Hij geeft aan dat hij geen casemanager heeft, alleen iemand die hem zijn depot komt geven. Verder geeft hij aan dat hij dit liever zelf wil doen. Moeder en zus lijken deze weerstand ook te voelen. Ze geven aan het juist wel een goed idee te vinden en nodigen mijn cliënt uit om dan meteen zelf te bellen. Hij geeft aan dat hij later wil bellen. Als wij zijn terughoudendheid bespreekbaar maken, wordt hij boos. Hij begint onrustig heen en weer te lopen en geeft aan dat als wij zo blijven aandringen, wij hem het bloed onder zijn nagels halen. Hij geeft aan dat hij met deze gesprekken wil stoppen.
 

Zijn zus, zijn moeder en ik bespreken openlijk dat zijn boosheid er mag zijn en het goed is dat hij dit aangeeft.

Zijn zus geeft aan dat ik recht op een verklaring heb, waarom haar broer nu zo onrustig is. Zij vertelt dat ze na het vorige gesprek juist allemaal zo opgetogen waren. Zij hadden hoop kregen. Ze hadden het idee gekregen dat zij weer stappen zouden kunnen maken. Zij vertelt hoe het er 10 jaar geleden aan toe ging toen er in huis een enorme negatieve sfeer heerste. Dat is volgens haar ten opzichte van toen, nu wel verbeterd. Zij hoopte dat ze met deze gesprekken, als het haar broer beter zou gaan, zij als gezin ook weer een stukje konden groeien. Vorige week had ze tijdens een familiegesprek, het gevoel dat ze weer naar beneden werden getrokken. Dit nadat de vriendin van haar vader, die zelf 20 jaar in de psychiatrie had gewerkt, had gezegd, dat als de problemen al zo lang bestonden er geen verbeteringen meer mogelijk waren en zij het beter zouden kunnen laten rusten.

 

Verwaarlozing van cliënten

Ik vertel dat ik dit twintig jaar geleden, met mijn ervaring in de psychiatrie, ook zo dacht. Wat wij destijds in de GGZ deden, was toch vooral een beetje ‘pappen en nathouden’, omdat we ons ergens ook machteloos voelden. Nu, weer tien jaar verder, zie ik dat als een vorm van verwaarlozing van onze cliënten. Wij wisten toen niet beter. Zijn zus en moeder beamen dit; zij hebben het destijds ook zo ervaren.

We bespreken dat zijn huidige hulpverleners het misschien juist prettig en interessant vinden om meer te weten te komen over zijn voorgeschiedenis en over zijn stemmen. Zijn zus vertelt dat zij merkt dat de hulpverleners van zijn huidige team opener zijn en de familie meer betrekken dan de hulpverleners in de stad waar cliënt voorheen woonde.

Zijn zus stelt voor om de hulpverlener te bellen. Haar broer gaat daarmee akkoord. De voicemail van de hulpverlener staat aan. Ze spreekt een bericht in, in de hoop dat de hulpverlener terugbelt. Helaas gebeurt dat niet.

Later probeer ik, met toestemming van cliënt, nog een keer te bellen. Opnieuw krijg ik de voicemail. In het ingesproken bericht hoor ik dat het om een SPV in opleiding gaat. Dat stelt me enigszins gerust: cliënt heeft waarschijnlijk toch een casemanager.

 

Wat helpt en wat niet?
 

Aan de manier van heen en weer lopen, merk ik dat betrokkene wat rustiger is geworden. Waarop ik vraag of hij er weer bij komt zitten.

Ik vraag nog even naar de opdracht van vorige keer, of zij met elkaar nog hebben gesproken over hoe de periode rond zijn 10e jaar voor cliënt was. Ik vertel over mijn ervaring dat ik zelf mijn moeder destijds gesproken had over hoe het binnen ons gezin was in de periode voor ik geboren werd en de periode daarna dat ik nog maar enkele jaren oud was. Destijds merkte ik dat mijn moeder het ook niet altijd makkelijk vond die dingen te bespreken, maar dat het haar uiteindelijk ook goed heeft gedaan.

Moeder geeft aan dat ze het er gisteravond nog wel even over hebben gehad, maar dat ze het ook lastig vonden om dit te bespreken.

Ik benoem dat in het rapport deze periode ook al uitgebreid is beschreven. Misschien kunnen ze dit nog eens doorlezen en dingen en gebeurtenissen nog eens terug halen. Ik laat een papieren versie achter.

We nemen de persoonlijke diagnose nogmaals door en al snel komen we op het omgaan met emoties. Zo bied ik hen een algemeen kader aan van zaken die wij wel en niet kunnen veranderen, hoe hier mee om te gaan en hoe om te gaan met emoties, angst, boosheid, verdriet en afgunst. Alleen de wijze waarop we ermee omgaan bepaalt of wij ervan af komen of dat ze blijven hangen. Wat helpt niet en wat helpt wel? Omgaan met emoties is in elk geval een proces dat tijd kost. Halfzus en moeder geven aan dit goed te begrijpen. Zus geeft aan dat ze zelf 10 jaar therapie heeft gehad, maar dat een en ander bij haar is weggezakt. Nu zij bij de gesprekken zit, zegt ze er zelf ook wat aan te hebben.

Ik beloof hen nog wat materiaal te sturen, de stukken over hoe om te gaan met emoties en enkele vragen die mijn client aan de stemmen zou kunnen stellen. Wij maken een afspraak voor over 2 weken.

Vechtscheiding

bottom of page